Een paar jaar geleden heeft de Nederlandse Jenaplan Vereniging een denktank geformeerd die opdracht heeft gekregen om op zoek te gaan naar de essenties van het Jenaplanconcept in de huidige tijd: Wat onderscheidt Jenaplanscholen van andere (vernieuwings)scholen?

Om lid te worden van de NJPV was het tot nu toe voldoende dat een school in de schoolgids aangaf dat er conform de twintig basisprincipes wordt gewerkt. Uiteraard heeft iedere school daar – gezien de specifieke situatie – een eigen invulling aan gegeven. De vrijheid om een eigen vorm te kiezen op grond van de basisprincipes blijft gehandhaafd.

Daarnaast bestaat er in toenemende mate bij de NJPV en bij Jenaplanscholen behoefte om gezamenlijke en concrete kenmerken van het Jenaplanonderwijs te benoemen. Een denktank van mensen uit het veld heeft zich vervolgens als doel gesteld om, naast de basisprincipes en de kwaliteitscriteria, een aantal specifieke, concrete en onderscheidende kenmerken van Jenaplanscholen te formuleren.

De denktank formuleerde dat relaties de essentie van het Jenaplanonderwijs zijn, te weten: relatie met jezelf, met de ander en het andere en met de wereld om je heen.
Zo kwamen zij tot twaalf kernkwaliteiten, waarvan de denktank vindt dat alle Jenaplanscholen, als zij een erkende Jenaplanschool willen zijn en zich willen onderscheiden van andere (vernieuwings)scholen, deze moeten erkennen, onderschrijven en in de praktijk vormgeven.

Om het belang van deze relaties in het jenaplanonderwijs te tonen, zijn er twaalf kernkwaliteiten geformuleerd. Een jenaplanschool richt de omgeving zodanig in, dat deze kwaliteiten gerealiseerd worden.

Elke Jenaplanschool wordt nu ook geacht op regionaal niveau samen te werken aan deze kwaliteitsaspecten. Daarbij is visitatie een onderdeel van het traject, evenals verplichte aanwezigheid bij de Jenaplan-regiobijeenkomsten. Het traject loopt van 2011 t/m 2015. Hieronder volgen de kwaliteitscriteria (voor verdere informatie zie www.jenaplan.nl).

Het Jenaplanconcept is een concept, waarin relaties centraal staan:

de relatie van het kind met zichzelf
• de relatie van het kind met de ander en het andere
• de relatie van het kind met de wereld.

Om het belang van deze relaties in het Jenaplanonderwijs te tonen, zijn er twaalf kernkwaliteiten geformuleerd. Een Jenaplanschool richt de omgeving zodanig in, dat deze kwaliteiten gerealiseerd worden.

Relatie van het kind met zichzelf:
• Kinderen leren kwaliteiten/uitdagingen te benoemen en in te zetten, zodanig dat zij zich competent voelen.
• Kinderen leren zelf verantwoordelijkheid te dragen voor wat zij willen en moeten leren, wanneer zij uitleg nodig hebben en hoe zij een plan moeten maken.
• Kinderen worden beoordeeld op de eigen vooruitgang in ontwikkeling.
• Kinderen leren te reflecteren op hun ontwikkeling en daarover met anderen in gesprek te gaan.

Sleutelwoorden/zinnen:
• Dialoog van het kind met zichzelf
• Uitgaan van verschillen
• Uitgaan van de kracht en kwaliteit van elk kind
• Recht om zich competent te voelen
• Werken aan de zone van naaste ontwikkeling
• Betekenisvol onderwijs
• Plezier in leren
• Werken met onderzoeksvaardigheden op basis van eigen vragen
• Autonomie
• Morele ontwikkeling

Relatie van het kind met de ander en het andere:
• Kinderen ontwikkelen zich in een leeftijdsheterogene stamgroep.
• Kinderen leren samen te werken, hulp te geven en te ontvangen en daarover te reflecteren.
• Kinderen leren verantwoordelijkheid te nemen en mee te beslissen over het harmonieus samenleven in de stamgroep en in de school, opdat iedereen tot zijn recht komt en welbevinden kan ervaren.

Sleutelwoorden/zinnen:
• Leven/werken in een stamgroep en school
• Jezelf leren kennen in relatie met anderen
• Aandacht voor de (niet-) zintuiglijk waarneembare werkelijkheid
• Meerwaarde van samen ontdekken
• Verschillen bij andere kinderen herkennen en respecteren

Relatie van het kind met de wereld:
• Kinderen leren dat wat ze doen er toe doet.
• Kinderen leren in levensechte situaties.
• Kinderen leren zorg te dragen voor de omgeving.
• Kinderen passen binnen wereldoriëntatie de inhoud van het schoolaanbod toe om de wereld te leren kennen.
• Kinderen leren spelend, werkend, sprekend en vierend volgens een ritmisch dagplan.
• Kinderen leren initiatieven te nemen vanuit hun eigen interesses en vragen.

Sleutelwoorden/zinnen:
• Onderwijs in samenhang in betekenisvolle, levensechte contexten
• Relatie cursus en Wereld Oriëntatie
• Toegepast leren
• Werken met primaire bronnen
• Betekenisvol onderwijs